Fragment uit:

De Toverpiet

p.24 en p.25

INPAKPIET: Wat doen jullie nou?
(Versierpiet 2 en Versierpiet 3 springen recht)
VERSIERPIET 2: Wij regelen het verkeer.
VERSIERPIET 3: Ja, wij regelen het verkeer.
INPAKPIET: Het verkeer?
VERSIERPIET 2 en VERSIERPIET 3: Ja, het verkeer!
(Versierpiet 2 en Versierpiet 3 beginnen wild met hun armen te zwaaien. Inpakpiet kijkt om zich heen)
INPAKPIET: Maar er is hier toch helemaal geen verkeer?
VERSIERPIET 2: Nee.
VERSIERPIET 3: Nee.
INPAKPIET: Dus waarom regelen jullie dan het verkeer?
(Versierpiet 3 kijkt naar Versierpiet 2)
VERSIERPIET 2:Nou, er kan zo een stoomboot langskomen.
VERSIERPIET 3: Ja, of een tram.
VERSIERPIET 2: Of een hele grote vrachtauto.
VERSIERPIET 3: Met een aanhangwagen en een hele grote kraan erop.
VERSIERPIET 2: En dat is natuurlijk heel gevaarlijk.
VERSIERPIET 3: Heel gevaarlijk.
VERSIERPIET 2: Stel je voor dat die zo de zaal in rijdt.
VERSIERPIET 3: Daar moet je toch niet aan denken.
VERSIERPIET 2: Of dat een trein zo over die kindertjes daar heen tjoekt.
VERSIERPIET 3: tjoeketjoeketjoek...zo plat als een dubbeltje, tjoek.
VERSIERPIET 3: Maar we waren net klaar. Kom.
(Versierpiet 2 trekt Versierpiet 3 aan zijn arm mee, richting Versierpiet 1 die inmiddels maar weer begonnen is met versieren)
INPAKPIET: Hé, wacht eens even. Blijf eens staan!
(geschrokken draaien Versierpiet 2 en Versierpiet 3 zich weer om. Inpakpiet loopt naar hen toe)
INPAKPIET: Jullie zijn hier dus al de hele tijd. Hebben jullie gezien hebben wie de mijter van Sinterklaas stuk heeft gemaakt?
(Versierpiet 2 en Versierpiet 3 kijken elkaar aan)
VERSIERPIET 2: Nee hoor.
VERSIERPIET 3: Wij weten niks.
(Versierpiet 2 en Versierpiet 3 richten zich nu tot de kinderen in de zaal. Ze doen erg zenuwachtig)
VERSIERPIET 2: Wij waren de hele tijd hard aan het werk hè, jongens en meisjes?
VERSIERPIET 3: Heel hard.
VERSIERPIET 3: Zo hard dat we niet hebben gezien wie de mijter kapot heeft gemaakt.
(Inpakpiet kijkt Versierpiet 2 en Versierpiet 3 nu inmiddels wantrouwend aan)
INPAKPIET: (tot de kinderen in de zaal) Waren zij het, jongens en meisjes?
VERSIERPIET 2: Nee hoor, wij waren het niet. Trouwens wat weten die kinderen daar nu van? Die zijn toch veel te klein?
VERSIERPIET 3: Veel te klein! Babies nog!
VERSIERPIET 3: Die weten niks. Niet naar luisteren. Dus zoek maar verder.
VERSIERPIET 3: Wij waren het in elk geval niet.
VERSIERPIET 2: Nee, want wij hadden het veel te druk.
VERSIERPIET 3: Dus wij hebben de nieuwe mijter echt niet in tweeën gescheurd.
INPAKPIET: Wacht eens...Hoe weet jij dat de mijter in tweeën is gescheurd?
VERSIERPIET 3: Dat zei je toch net?
(Versierpiet 3 kijkt naar Versierpiet 2)
VERSIERPIET 2: Ja, dat zei je net.
INPAKPIET: Dat heb ik helemaal niet gezegd! Ik zei alleen maar dat de mijter kapot was!
(dan kijkt Inpakpiet geschrokken naar Versierpiet 2 en Versierpiet 3)
INPAKPIET: Ooohh! Jullie twee!
(Versierpiet 3 verschuilt zich nu achter Versierpiet 2)
INPAKPIET: Jullie twee hebben de mijter van Sinterklaas kapot gemaakt!
VERSIERPIET 2 en VERSIERPIET 3: Nietes!
INPAKPIET: Welles!
VERSIERPIET 2 en VERSIERPIET 3: Nietes!
INPAKPIET: Welles!
VERSIERPIET 2 en VERSIERPIET 3: Nietes!
VERSIERPIET 1: Welles!
(Inpakpiet, Versierpiet 2 en Versierpiet 3 kijken naar Versierpiet1. Die houdt van schrik zijn hand voor zijn mond)
VERSIERPIET 1: Of was het nou 'nietes'?
(Inpakpiet loopt naar Versierpiet 1)
INPAKPIET: Weet jij hier meer van?

terug